Bij een brand in een Bussums woonzorgcomplex overleed in december 2025 een bewoonster. Brandweerkorpsen overal in het land maken zich zorgen over de brandveiligheid in seniorencomplexen, vooral als er geen inpandige zorginstelling is. „Hoe mobiel zijn de ouderen op de vleugel waar brand is uitgebroken? Niemand die het weet.”

De brandweer bluste het vuur voor het zich buiten de woning verspreidde. Rook ontsnapte wel en na inademing moesten twee andere bewoners, een brandweerman en twee medewerkers naar het ziekenhuis. Er overleed nog een bewoner, van verdieping vier, maar niet als gevolg van de brand: hij werd onwel in het restaurant waar geëvacueerde bewoners van de tweede verdieping zich verzamelden. Over de oorzaak van de brand is niets bekend, de politie doet onderzoek.
Gemeenschapszin
„Twee overledenen, vreselijk tragisch”, zegt de woordvoerder van brandweer Gooi- en Vechtstreek. Hij prijst de samenwerking met de medewerkers van het zorgcentrum, onder wie twee bedrijfshulpverleners. Brandweerlieden en zorgpersoneel hielpen ouderen de kamers uit. Bewoners en medewerkers zoeken elkaar na de brand op aan tafeltjes in het restaurant, hij proefde „gemeenschapszin”.
Je kunt het slechter treffen, weten brandweerkorpsen in heel Nederland. Na het wegbezuinigen van de bejaardentehuizen zo’n tien jaar geleden is er een veelheid aan seniorencomplexen ontstaan in het grote gat dat ontstond tussen de aloude eengezinswoning en het verpleeghuis bedoeld voor de meest kwetsbaren. En het ene ouderencomplex maakt het de brandweer véél makkelijker dan het andere. Sommige tellen als gunstig: ze vallen onder de hoede van een zorginstelling en personeel is dag en nacht aanwezig. Zij kennen de mensen achter de voordeur en wéten wie slecht ter been is en wie niet.
Zorgen heeft de brandweer vooral over seniorencomplexen zonder inpandige zorginstelling. Ouderen die hun appartement huren van een woningcorporatie en hun zorg regelen via een externe thuiszorgorganisatie. Vaak is er een gemeenschappelijke koffieruimte in het gebouw, sommige bewoners kennen elkaar, anderen verouderen anoniem achter hun voordeur. Bedrijfshulpverleners zijn er zelden: dat zou alleen zin hebben als die zo goed als altijd aanwezig zijn en dat is niet te betalen voor woningcorporaties.
En dan breekt brand uit
„De kans is groot dat ouderen nog op hun kamers zitten als wij ter plaatse zijn”, zegt de specialist toezicht brandveiligheid bij brandweer Twente. „Er is geen zorgpersoneel, niemand is opgepiept”. Behalve de brandweer. „Dus wij worden behalve met het blussen ook belast met evacuatie.” Er zijn dus méér ‘handjes’ nodig en dus meer blusvoertuigen om die brandweerlieden te vervoeren. Bovendien ken je de mensen achter de voordeur niet. „Hoe mobiel zijn de mensen op de vleugel waar brand is uitgebroken? Niemand die het weet. Dus we moeten die appartementen in. Pas dan kom je erachter of je meer mankracht en voertuigen moet inzetten.” De afwezigheid van actuele informatie over wie waar woont en wat hun mobiliteit is, maakt het inschatten van risico’s moeilijk. Dat is zorgelijk, zeker bij grootschalige incidenten.
Buiten bewustzijn
En ‘incidenten’ in seniorencomplexen worden sowieso snel ‘grootschalig’: de brandweer rukt vaak al uit met meer mensen, puur omdat ouderen sneller buiten bewustzijn raken na het inademen van rook en hun huid dunner en dus kwetsbaarder is voor hitte. Bovendien zijn ze vaker slecht ter been. Dus ook in Bussum schaalde de brandweer op naar categorie ‘grote brand’, goed voor vier bluswagens en 24 manschappen, bevelvoerders niet meegeteld.
„Woningcorporaties zíén het probleem”, zegt Edzard Akkerman, brandveiligheidsspecialist bij corporatie Woonzorg Nederland. Hij geldt in corporatieland als expert: Woonzorg bezit ruim zeshonderd seniorencomplexen en op verzoek van brancheorganisatie Aedes sprak Akkerman corporaties over het onderwerp. „Corporaties zeggen terecht: ‘wij verhuren woningen. Wij weten niet wie zorg krijgt. Tot hoever reikt onze verantwoordelijkheid?’”
Duidelijk is dat panden voldoende brandwerend moeten zijn. Zo moet elk appartement dusdanig geconstrueerd zijn dat het vuur pas na minstens zestig minuten overslaat naar de woning van de buren. Wooncorporaties moeten ook zorgen voor rookmelders en begaanbare vluchtroutes, zonder dat zitjes en tafeltjes in de weg staan, evenmin als scootmobielen. Die staan liefst apart in een brandwerende stalling.
Maak je bewoners duidelijk bij brand metéén 112 te bellen en dat ze zo snel mogelijk het pand verlaten.
Akkerman raadt corporaties aan om de bewoners van hun panden goed voor te lichten. „Maak je bewoners duidelijk bij brand metéén 112 te bellen en dat ze zo snel mogelijk het pand verlaten. En waar moeten ze naartoe vluchten, waar moeten ze zich verzamelen? De parkeerplaats buiten? Helemaal goed, spreek dat af.” Akkerman ziet ook een rol voor zorgorganisaties die langskomen bij deze bewoners. „Zo’n zorginstelling kan zeggen tegen een bewoner: u krijgt zorg van ons, maar laten we in samenspraak met de corporatie ook de brandveiligheid nalopen.” Akkerman wil hierover met zorginstanties in gesprek.
Geen zorgcomplex, wel veel ouderen
Simpel door veroudering wonen in een aantal appartementencomplexen bovengemiddeld veel ouderen. Zij kunnen via hun VvE of huurdersvereniging zelf initiatieven nemen en afspraken maken over hun gezamenlijke aanpak voor brandveiligheid. Het is belangrijk dat er algemeen bewustzijn ontstaat over de manier waarop ieder zich in veiligheid kan brengen. Stel je op zijn minst op de hoogte van de plaatselijke brandweerveordeningen.