Terug

 

Terug

 

Terug

 

Terug

Naar een waardig einde

 

Wisselend. Zijn stemming was héél wisselend: het ene moment genoot hij van alle reuring om hem heen. Of van een bescheiden uitje langs de bollenvelden. Een ommetje met de auto langs ‘het grootste stadsstrand van Nederland.’ Zelfs het wekelijkse bezoekje aan de fysiotherapeut beschouwde hij als een uitje. Maar andere keren sloeg zomaar de somberheid toe: ‘Ik heb er geen zin meer in.’

 

Een jaar geleden kon hij ‘wel honderd worden!’ Hij deed nog veel zelfstandig: koffiezetten, eten opwarmen, wandelingetje door de stad maken, oefeningen doen. Hij zat op het koor en op gymnastiek en hij had een vast kaartochtendje. Voor de rest beleefde hij en zijn vriendin overdag van alles en dat eindigde vaak op een terrasje.

Tot hij kwam te vallen. Geen idee waarom: geen ongelijke stoep, geen flauwte, geen misstap. Gelukkig niets gebroken, maar wel overal pijn en blauwe plekken. En een forse beperking in de bewegingsvrijheid. In en uit de auto werd heel lastig.

En dan kwam Corona er nog eens bovenop! Minder bezoek en minder mogelijkheden voor een uitje. Ja, op die twee uitjes naar vaccinatielocatie Alkmaar na: gezellig met zijn schoonzoon in de auto door het mooie westfriese land.

En dan die constante angst om weer te vallen: wat ook inderdaad gebeurde. Rollator altijd bij de hand, maar tóch weer gevallen. Hoe kán dat? En wéér die blauwe plekken en die constante pijn overal over zijn lijf. Paracetamol hielp maar beperkt, maar de dokter was huiverig om sterkere pijnstilling voor te schrijven, omdat hij daar mogelijk een beetje sloom van kon worden. Met een groter risico op vallen.

 

‘Nee dokter, dit is geen leven’, ik zeg het maar zoals het is. ‘Van mij hoeft het niet langer. Ik ga liever vandaag dan morgen.’ Zo kende de dokter hem helemaal niet. Niet dat ze elkaar zo vaak troffen, hij mankeerde tenslotte nooit wat. En dan was hij altijd vrolijk, opgeruimd. Altijd de mooie kant van het leven willen zien. Dus hij liet hem vertellen: wat vind je nog de moeite waard en waarom gaat dat nu mis? ‘Ik heb een prachtig leven gehad: een lieve vrouw en fijne kinderen.’ Hij vertelt verder over alles wat hem zo gelukkig heeft gemaakt. Een mooie zaak opgebouwd, daarna genoten van hun pensioen. Vakanties. Kinderen goed terecht gekomen. Buitengewoon trots op. Fijne vrienden. Een mooi huis. Geen (geld)zorgen. Ja, tien jaar geleden verloor hij zijn vrouw. Dat was een moeilijke tijd: haar laatste maanden, haar overlijden en dan die eenzaamheid daarna. Maar hij liep een leuke vriendin tegen het lijf en het leven lachte hem weer toe. Totdat alles hem uit de handen werd geslagen: door die vervelende valpartijen waardoor hij in huis al niets meer kon. ‘Ik kan geeneens meer koffiezetten, dokter! Veronderstel dat ik weer val met die hete koffie in mijn hand.’ ‘Wandelen kan ik niet meer. Ik kan geen honderd meter meer lopen of alles doet me zeer.’ ‘Het eten smaakt me niet. Ik heb ook moeite met slikken. Ja, soep of toetje, dat gaat. Maar zodra ik moet kauwen, krijg ik het niet meer door mijn keel. Ik val kilo’s af.’

 

Maar de dokter moest zich er toch van vergewissen of dit een duidelijk eindeleven-verzoek was of ‘alleen’ maar een lange klacht. ‘Je vindt er dus geen zak meer an, als ik je goed begrijp?’ ‘Nee, geen zak. Ik ben liever vandaag weg dan morgen.’ ‘Hoe lang heeft u dat gevoel al?’ ‘....’ Hier bleef het stil, want welk moment bedenk je je zoiets voor het eerst? Hij had natuurlijk wel vaker een moment van: ach wat zou het – laat het toch afgelopen zijn. Maar is dat een doodswens? Of meer een vaststelling van: alles is oké, ik ben eigenlijk wel klaar in dit leven. Waarom wachten tot alles verslechtert? Ja, totdat alles inderdaad aan het verslechteren is. Dus: hoe lang al? Weken? Maanden?

 

Het is duidelijk: hij is wel klaar met het leven. Dat is een meer psychische dan lichamelijke aandoening. En daar wil een pilletje weleens helpen. Zouden we dat niet liever eerst proberen?

 

‘Dokter, ik kan niks meer zelf. Ik plas ’s nachts in een luier. Die lekt. Bed nat. Ik kan mezelf niet aan- of uitkleden. Wachten op de zuster. Ik heb geen enkele controle meer over mijn leven. Wat moet ik nou nog? Ik wil gewoon dood.’ ‘En je wilt dat ik je daarbij help?’ ‘Ja, kunt u dat?’

 

De dokter legt hem de regels uit: dit gaat niet van de ene dag op de andere. Er zal door een andere arts onderzoek moeten worden gedaan naar de diepte van deze levenseindewens. Hij is tenslotte geen terminale patiënt: hij lijdt niet aan een dodelijke aandoening. Euthanasie gaat niet, maar hulp bij zelfdoding mogelijk wel. Mits zijn wens onomstotelijk vaststaat. Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, zou een termijn van twee weken redelijk zijn. ‘Wil je dat?’ ‘Ik zei al: liever vandaag dan morgen, maar als het twee weken moet zijn: dan maar.’

 

Daarop volgen meerdere gesprekken, niet alleen met de SCEN-arts, maar ook de dokter zelf is nog bijna dagelijks langs geweest om te informeren. De kinderen hebben duidelijk gemaakt dat ze in alle wensen van hun vader achter hem staan, ook wanneer hij op het laatst zou besluiten toch te willen blijven leven. Uiteindelijk staan alle lichten op groen: vrijdagochtend om 9.00 uur gaat het gebeuren. Vader zou een drankje krijgen (héél vies, zo is gewaarschuwd, dus vooraf krijgt hij anti-braakmiddel) en voor de zekerheid een infuus, voor de zeldzame mogelijkheid dat ingrijpen door de dokter noodzakelijk wordt. Om 8.00 uur zitten alle naasten bij hem in zijn kamer. Hij zit aangekleed op een stoel. In een leven lang is alles al eens gezegd. Maar we doen het nog maar eens: hoe we van hem houden. Onze bewondering voor hoe ver hij het heeft geschopt. We gaan je missen. En je mag het doen zoals jíj wilt.

 

De dokter arriveert. Hij wil in alle rust nog even praten en dan een infuus aanleggen. Of we even op de gang willen wachten. Een lange vijftien minuten later mogen we weer naar binnen. Het drankje staat klaar. De hele kamer ruikt ernaar. Inderdaad: vies. We gaan dicht bij hem zitten en houden hem vast. ‘Wanneer je er klaar voor bent, mag je het rustig opdrinken.’ Met bewonderenswaardige moed begint hij te drinken. Duidelijker kan hij zijn wens niet tot uitdrukking brengen. Twaalf minuten later is hij in alle rust in onze armen gestorven.

 

Geplaatst: 23-9-2021

 

Red: zie ook het artikel Palliatieve zorg